Naar hoofdinhoud
1. Tot de subsidiabele kosten behoren de investeringskosten ten behoeve van het project als bedoeld in artikel 2. 2. De subsidie met inachtneming van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder a, bedraagt maximaal 50% van de investeringskosten met een maximum van € 100.000,-- per project. 3. In geval van subsidieverstrekking met inachtneming van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder b, behoren tot de subsidiabele kosten: de ombouwkosten van een bestaande pomp tot een aardgas-afleverinstallatie; bij de bouw van een nieuwe pomp, het verschil tussen de kostprijs van een benzinepomp en een aardgas-afleverinstallatie. 4. Tot de subsidiabele kosten behoren in ieder geval niet: administratieve kosten die gemaakt worden ten behoeve van het project; kosten die gemaakt worden ten behoeve van het aanvragen van subsidie voor het project. 5. De subsidie met inachtneming van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder b, bedraagt: voor grote ondernemingen maximaal 35% van de investeringskosten met een maximum van € 100.000,-- per project; voor middelgrote ondernemingen maximaal 45% van de investeringskosten met een maximum van € 100.000,-- per project; voor kleine ondernemingen maximaal 55% van de investeringskosten met een maximum van € 100.000,-- per project.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel