Nadat het bevoegd gezag een gebouw of terrein niet meer
nodig heeft voor de huisvesting van een school wordt het
gebruik ervan zo spoedig mogelijk beëindigd, doch
uiterlijk op de datum genoemd in de door het college en
het bevoegd gezag ondertekende gezamenlijke akte of de
datum zoals vastgesteld door gedeputeerde staten bij de
beslissing inzake een geschil over de totstandkoming van
een gezamenlijke akte.
Indien er, naar het oordeel van het college, mogelijk
sprake is van achterstallig onderhoud aan het gebouw of
terrein bedoeld in het eerste lid, dat tot de
verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag behoort,
wordt, voordat de eigendomsoverdracht plaatsvindt, een
staat van onderhoud opgemaakt.
De staat van onderhoud wordt opgemaakt in opdracht van
het college na overleg met het bevoegd gezag.
Over de staat van onderhoud wordt overleg gevoerd met
het bevoegd gezag. In dat overleg wordt, indien van
toepassing, vastgesteld welk deel van het onderhoud
alsnog door het bevoegd gezag wordt uitgevoerd of welk
bedrag in plaats daarvan aan het college betaald wordt.
Indien het overleg niet tot overeenstemming leidt,
stellen partijen vast welke handelwijze gevolgd
wordt.
Het opmaken van een staat van onderhoud blijft
achterwege indien dit naar het oordeel van het college
niet nodig is.
Hoofdstuk 6
Artikel 37
Tijdstip beëindiging gebruik; staat van onderhoud
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs