Het bevoegd gezag van een school voor basisonderwijs of
een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs en het
college overleggen jaarlijks tijdig voor het nieuwe
schooljaar over het onderwijsgebruik van
gymnastiekruimten.
Het college neemt bij de vaststelling van het voorstel
tot inroostering het volgende in acht:
de afstanden in relatie tot de omvang van het
onderwijsgebruik van een gymnastiekruimte, zoals
opgenomen in bijlage I, deel B;
het bevoegd gezag van een niet door de gemeente in stand
gehouden school dat eigenaar is van een gymnastiekruimte
wordt voor de betreffende school het eerste ingeroosterd
voor die gymnastiekruimte;
het gymnastiekonderwijs van een school wordt zoveel
mogelijk ingeroosterd in één gymnastiekruimte.
Het voorstel tot inroostering vermeldt per school voor
basisonderwijs en (voortgezet)
speciaal onderwijs de volgende gegevens:
het aantal klokuren waarvoor de school wordt
ingeroosterd in een gymnastiekruimte;
de aanduiding van de gymnastiekruimte waarin en de
tijden gedurende welke het onderwijsgebruik
plaatsvindt;
een nadere onderverdeling van het aantal klokuren per
gymnastiekruimte wanneer het gebruik in meer dan één
gymnastiekruimte plaatsvindt;
voor zover het gewenste aantal klokuren hoger is dan het
aantal klokuren dat ingevolge de beleidsregel
bekostiging gymnastiekruimte voor basisonderwijs en
(voortgezet) speciaal onderwijs voor bekostiging door de
gemeente in aanmerking komt. Het college kan bepalen dat
deze klokuren voor rekening komen van het bevoegd gezag
van de school.
Het college neemt het aantal klokuren als bedoeld in dit lid
onder d slechts op in het voorstel tot inroostering voor zover
daarvoor nog capaciteit beschikbaar is, nadat rekening is
gehouden met het totale klokuurgebruik dat voor bekostiging door
de gemeente in aanmerking komt.
Het voorstel tot inroostering wordt door het college na
vaststelling toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen
voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs.
De bevoegde gezagsorganen worden daarbij in de
gelegenheid gesteld te reageren op het voorstel tot
inroostering.
Met inachtneming van de reacties van de bevoegde
gezagsorganen stelt het college de definitieve
inroostering vast van het gebruik van de
gymnastiekruimte voor het volgende schooljaar. Indien
het college daarbij afwijkt van een of meer naar voren
gebrachte reacties, dan wordt dit gemotiveerd.
Na vaststelling van de inroostering ontvangen de
betreffende bevoegde gezagsorganen een schriftelijke
mededeling van het college over de inroostering in de
beschikbare gymnastiekruimten van de onder hun bevoegd
gezag staande school of scholen voor het volgende
schooljaar. Deze mededeling is te beschouwen als een
beslissing in de zin van artikel 22 en, indien van
toepassing, een beslissing in de zin van artikel 32,
vierde lid.
Hoofdstuk 7
Artikel 38
Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit; inroostering gebruik
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs