Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 16

(Mede)gebruik van voorzieningen en vooroverleg

Onderdeel van Verordening kabels en leidingen Etten-Leur 2008

1.. Een netwerkbeheerder is verplicht om bij de aanleg van kabels of leidingen in openbare gronden zoveel mogelijk (mede)gebruik te maken van bestaande, hetzij door andere netwerkbeheerders dan wel door of in opdracht van het college aangelegde voorzieningen. 2.. Het vooroverleg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, of artikel 9, tweede lid, dan wel een door het college geëntameerd overleg naar aanleiding van een aanvraag als bedoeld in artikel 5, eerste lid, of een melding als bedoeld in artikel 9, eerste lid, is er mede op gericht te bepalen of en zo ja langs welke delen van het tracé gebruik kan worden gemaakt van bestaande voorzieningen als bedoeld in het eerste lid. 3.. Indien de netwerkbeheerder een redelijk aanbod wordt gedaan om gebruik te maken van de vooraangelegde voorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten, of kabel- en leidingentunnels, is de netwerkbeheerder verplicht om voor de aanleg of uitbreiding van zijn netwerk van deze voorzieningen gebruik te maken. 4.. Indien de openbare gronden geen ruimte bieden voor de aanleg van nieuwe kabels of leidingen, dient de netwerkbeheerder een alternatief tracé te kiezen, of aan andere netwerkbeheerders een billijk verzoek tot medegebruik van kabels of leidingen te doen. Aanbieders doen dat verzoek op grond van artikel 5.12, van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel