**1..** Aan een vergunning die op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet
voor het horecabedrijf wordt verleend aan een rechtspersoon, niet zijnde
een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte
aansprakelijkheid, die zich richt op activiteiten van recreatieve,
sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of
godsdienstige aard, verbinden burgemeester en wethouders de navolgende
voorschriften of beperkingen:
in de inrichting mogen tijdens bijeenkomsten van persoonlijke
aard, zoals bruiloften en partijen, geen alcoholhoudende dranken
worden verstrekt;
het is verboden de mogelijkheid tot het houden van bijeenkomsten
als bedoeld onder a openlijk aan te prijzen.
in de betrokken inrichting mogen tijdens door de rechtspersoon
binnen het kader van zijn doelstelling zelf te organiseren
activiteiten alcoholhoudende dranken uitsluitend worden
verstrekt vanaf één uur vóór tot één uur na die
activiteiten.
**2..** De voorschriften of beperkingen als bedoeld in het eerste lid worden
niet aan een vergunning verbonden als de rechtspersoon een regeling
heeft getroffen zoals bedoeld in artikel 5 van de Drank- en
Horecawet.
**3..** Een inrichting in dit verband is een inrichting welke deel uitmaakt van
een gebouw waarin uitsluitend of in hoofdzaak onderwijs wordt gegeven,
c.q. van inrichtingen welke deel uitmaken van een gebouw dat of waarvan
een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij een of meer
jeugd- of jongerenorganisaties of –instellingen en tot slot inrichtingen
welke deel uitmaken van een gebouw, dat is gelegen op een terrein, dat
uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij een of meer
sportorganisaties of –instellingen.