**1..** De norm voor gehuwden in wier woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft, wordt niet verlaagd als bedoeld in artikel 26 WWB en artikel 31 WIJ;
**2..** De norm voor gehuwden in wier woning een ander of anderen hun hoofdverblijf hebben, wordt met 10 procent verlaagd als bedoeld in artikel 26 WWB en artikel 31 WIJ;
**3..** De norm voor gehuwden die in de woning van een ander hun hoofdverblijf hebben, wordt met 10 procent verlaagd als bedoeld in artikel 26 WWB en artikel 31 WIJ;
**4..** In afwijking van het gestelde in lid 2, wordt de norm voor gehuwden niet verlaagd indien de gehuwden een kamer of een gedeelte van een woning huren, zonder dat de hoofdbewoner of de huiseigenaar mede in deze woning verblijft;
**5..** Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft:
niet ten laste komende kinderen jonger dan 21 jaar met een inkomen van ten hoogste 51% van de gehuwdennorm;
meerderjarige kinderen met studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000;
meerderjarige kinderen met een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;
kinderen van 18 tot 21 jaar met een inkomensvoorziening op grond van de WIJ;
de verzorgingsbehoevende die bij de belanghebbende of jongere inwoont en door hem wordt verzorgd.