Aan het verbranden van snoeihout zijn door het college van burgemeester en wethouders onderstaande nadere regels verbonden.

  • - Het verbranden van snoeihout en gerooid hout moet vooral gebeuren om waardevolle cultuurlandschappen in het kader van klein landschapsbeheer te behouden.
  • - Er mag alleen snoeihout worden verbrand dat afkomstig is van het eigen terrein en het moet op het eigen terrein worden verbrand. Als een eigenaar schriftelijk kenbaar maakt dat er snoeihout mag worden verbrand op zijn terrein geldt dit criterium niet. Deze regel geldt niet voor de paasvuren.
  • - Binnen de bebouwde kom mag, vanwege veiligheidsoverwegingen, geen snoeihout en gerooid hout worden verbrand.
  • - Er mag geen snoeihout van binnen de bebouwde kom naar het buitengebied worden overgebracht om daar te worden verbrand. Deze regel geldt niet voor de paasvuren.
  • - Vanuit het oogpunt van handhaving hebben burgemeester en wethouders besloten voor het verbranden van snoeihout en gerooid hout een stookperiode in te stellen. Van 1 oktober tot 15 maart mag er gestookt worden. Buiten de stookmaanden mag geen snoeihout of gerooid hout worden verbrand. Deze regel geldt niet voor ziek hout en paasvuren.
  • - Aan het verbranden van snoeihout zijn voorschriften (artikel 3) verbonden. Hierdoor wordt de milieubelasting beperkt.