In alle gevallen, waarin deze verordening niet voorziet of wanneer en artikel voor meerdere uitleg vatbaar blijkt te zijn, beslist: a. voor zover het de werkwijze van de commissie betreft: de voorzitter van de commissie; b. voor zover het de bevoegdheden van de commissie betreft:

  • - de raden van de deelnemers op voorstel van de presidia;
  • - in naar het oordeel van de commissie spoedeisende gevallen: de commissie waarbij de genomen beslissing als voorlopige voorziening wordt aangemerkt. De voorlopige voorziening wordt in de eerstvolgende raadsvergadering ter bekrachtiging aan de betrokken raad voorgelegd.