Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3: › Paragraaf 2

Artikel 25

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Reglement van orde gemeenteraad

1.. Voorafgaande aan het opiniërende en het besluitvormende deel van de vergadering kunnen burgers het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. 2.. Het woord kan niet gevoerd worden: over een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep op de rechter open staat, zal staan of heeft opengestaan. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; indien een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. onderwerpen waarover een hoorzitting is gehouden door een ad hoc commissie uit de raad. 3.. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit schriftelijk of mondeling voor de aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren, zijn naam, adres, zijn telefoonnummer en namens wie hij spreekt. Hij dient aanwezig te zijn aan het begin van de inspreekperiode. 4.. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5.. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord, per agendapunt is voor alle sprekers in totaliteit niet meer dan vijftien minuten spreektijd beschikbaar. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan drie sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. 6.. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter en de leden van de raad kunnen vragen stellen aan de inspreker, het is hen echter niet toegestaan met de inspreker te beraadslagen. De voorzitter of een lid van de raad kan een voorstel doen over de behandeling van de inbreng van de burger. 7.. Geen inspraak is mogelijk over informerende agendapunten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel