1.De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor
door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is.
2.Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden
aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige
leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de
wet.