Naar hoofdinhoud
1.  De bijstandsnorm wordt lager vastgesteld indien het echtpaar lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de bij­standsnorm voorziet, als gevolg van het geheel of gedeelte­lijk kunnen delen van deze kosten met een ander. 2.  De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 10% van het netto minimumloon. 3.  De bijstandsnorm wordt niet lager vastgesteld indien het echtpaar de kosten als bedoeld in het eerste lid uitslui­tend deelt met : *   thuisinwonende kinde­ren van 18 jaar of ouder die een in aanmerking te nemen inkomen hebben van ten hoogste het normbedrag voor de kosten van levensonderhoud voor hoger onderwijs, genoemd in artikel 3.18 van de Wet studiefinanciering 2000.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel