Naar hoofdinhoud
1.  De bijstandsnorm of de toeslag wordt lager vastgesteld indien de alleen­staande, de alleenstaan­de ouder of de gehuwde lagere algemeen noodzake­lijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de bijstands­norm of de toeslag voorziet, als gevolg van de bewoning van een woning waaraan geen kosten zijn verbon­den. 2.  De verlaging bedoeld in het eerste lid bedraagt 18% van het netto minimumloon. 3.  De in het tweede lid bedoelde verlaging vindt bij voor­rang plaats op de toeslag.

Rechtspraak bij dit artikel