Naar hoofdinhoud
1.  De bijstandsnorm of de toeslag voor de alleenstaande, de alleenstaan­de ouder of de gehuwde wordt lager vastgesteld indien de deelname is beëindigd aan onderwijs of beroepsopleiding op grond waarvan aan­spraak bestond op studie­financie­ring op grond van hoofdstuk II van de Wet op de studie­fi­nanciering dan wel op kinderbijslag. 2.  Van een recente beëindiging van de deelname aan onderwijs of beroeps­op­leiding als bedoeld in het eerste lid is sprake zolang nog geen periode van een half jaar is verstreken, gerekend vanaf het tijdstip van de beëin­diging van de deelname aan onderwijs of beroepsopleiding. 3.  De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 25% van het netto minimumloon. 4.  De in het derde lid bedoelde verlaging vindt bij voorrang plaats op de toeslag.

Rechtspraak bij dit artikel