Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Intrekken, beëindigen of wijzigen van een vergunning

Onderdeel van Parkeerverordening 2011

1.. Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken of wijzigen: op verzoek van de vergunninghouder; wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning is verleend, metterwoon verlaat of het daar uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt; wanneer zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning; wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen; wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften; wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt; om redenen van openbaar belang; wanneer niet tijdig voor de vergunning is betaald, zoals geregeld in de vergunningvoorschriften; wanneer in strijd met het bepaalde in artikel 6, lid 5 wordt gehandeld. 2.. Een besluit tot het intrekken of wijzigen van een vergunning is met redenen omkleed. De betrokkene wordt van het intrekken of wijzigen van de vergunning schriftelijk in kennis gesteld. 3.. Een besluit tot intrekking van een vergunning treedt niet eerder in werking dan op de achtste dag na dagtekening van dat besluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel