**1..** Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken of
wijzigen:
op verzoek van de vergunninghouder;
wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning
is verleend, metterwoon verlaat of het daar uitgeoefende beroep
of bedrijf beëindigt;
wanneer zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden
die relevant waren voor het verlenen van de vergunning;
wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen
komt te vervallen;
wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
vergunning verbonden voorschriften;
wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
gegevens zijn verstrekt;
om redenen van openbaar belang;
wanneer niet tijdig voor de vergunning is betaald, zoals
geregeld in de vergunningvoorschriften;
wanneer in strijd met het bepaalde in artikel 6, lid 5 wordt
gehandeld.
**2..** Een besluit tot het intrekken of wijzigen van een vergunning is met
redenen omkleed. De betrokkene wordt van het intrekken of wijzigen van
de vergunning schriftelijk in kennis gesteld.
**3..** Een besluit tot intrekking van een vergunning treedt niet eerder in
werking dan op de achtste dag na dagtekening van dat besluit.
Artikel 5.
Intrekken, beëindigen of wijzigen van een vergunning
Onderdeel van Parkeerverordening 2011