Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Voorschriften en verbodsbepalingen

Onderdeel van Parkeerverordening 2011

1.. Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een belanghebbendenplaats of een standplaats (autodate) slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar een voertuig te parkeren of geparkeerd te houden: zonder vergunning; zonder dat het voertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de voor dat voertuig uitgegeven vergunning; in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden. 2.. Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een voertuig, te plaatsen of te laten staan: op een parkeerapparatuurplaats; op een belanghebbendenplaats. 3.. Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik van de apparatuur wordt belemmerd of verhinderd. 4.. Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen. 5.. Het is verboden om de vergunning oneigenlijk te (laten) gebruiken, te kopiëren, dan wel op enige andere wijze te (laten) reproduceren of om er eigenmachtig wijzigingen op aan te brengen. 6.. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel