Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 5

Artikel 16

Verplichtingen voor de klant

Onderdeel van Reïntegratieverordening Werk en bijstand

1.. Een persoon die door het college een voorziening wordt aangeboden is verplicht hiervan gebruik te maken. 2.. De persoon die deelneemt aan een voorziening is gehouden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet Structuur uitvoering werk en inkomen, alsmede aan de verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft verbonden. 3.. Onverminderd andere verplichtingen, voortvloeiend uit wet- en regelgeving, gelden voor een persoon zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze verordening, de volgende verplichtingen: het zich als werkzoekende doen inschrijven bij het Centrum voor Werk en Inkomen, dan wel de inschrijving tijdig doen verlengen; het naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen; het tijdig voldoen aan een oproep om, in verband met de arbeidsinschakeling, op een aangegeven plaats en tijdstip te verschijnen; het in voldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; alles na te laten hetgeen inschakeling in algemeen geaccepteerde arbeid belemmert; het in voldoende mate meewerken aan een reïntegratietraject en / of aangeboden voorziening waaronder begrepen sociale activering; algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden; het behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; 4.. Het College stemt de verplichtingen af op de omstandigheden, mogelijkheden en beperkingen van de belanghebbende. 5.. Indien een uitkeringsgerechtigde op grond van de wet, die deelneemt aan een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, kan het college de uitkering verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in de verordening inzake afstemming van de bijstand als bedoeld in art. 8 lid 1 sub b van de wet. 6.. Indien een uitkeringsgerechtigde met een uitkering in gevolge de Ioaw of Ioaz niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, kan een maatregel of boete worden opgelegd. De art. 20 tot en met 20f van de Ioaw en de art. 20 tot en met 20f Ioaz zijn van toepassing. 7.. Indien een niet-uitkeringsgerechtigde of een uitkeringsgerechtigde met een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, kan het college de kosten van de voorziening of specifieke kostenvergoeding geheel of gedeeltelijk terugvorderen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel