Naar hoofdinhoud

Paragraaf 4

Artikel 14

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid in het kader van de WWB

Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2012

1. Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de WWB, wordt de bijstand afgestemd op de periode dat de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht heeft op bijstand. 2. Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de afstemming op de volgende wijze vastgesteld: a. bij een periode van 3 maanden of korter: 10% van de bijstandsnorm gedurende een maand; b. bij een periode van 3 tot 6 maanden: 10% van de bijstandsnorm gedurende drie maanden; c. bij een periode van 6 maanden en langer: 10% van de bijstandsnorm gedurende zes maanden. 3. Onverminderd artikel 2, tweede lid, kan afstemming van de bijstand van 100% gedurende één maand worden opgelegd bij het door eigen toedoen verwijtbaar niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid, waaronder mede wordt verstaan gesubsidieerde arbeid en work-first. 4. Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de van toepassing zijnde bijstandsnorm met 20% afgestemd bij het ongenoegzaam interen op het vermogen gedurende het aantal maanden dat te snel op het vermogen is ingeteerd. 5. Indien een belanghebbende de verleende bijzondere bijstand niet besteed heeft aan het doel waarvoor hij deze bijstand heeft gevraagd, kan het college met inachtneming van artikel 2 lid 2 overgaan tot afstemming van 10% van de bijstandsnorm gedurende een maand. 6. Het percentage van de afstemming of de duur van de afstemming wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij de bijstand is afgestemd opnieuw schuldig maakt aan dezelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging. Met een besluit waarmee de bijstandsnorm is afgestemd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid van deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel