Naar hoofdinhoud

Paragraaf 1

Artikel 6

Afzien van het afstemmen van de bijstand dan wel de uitkering

Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2012

1. Het college ziet af van het afstemmen van de bijstand dan wel de uitkering indien: a. elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of b. de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte bijstand of een uitkering is verstrekt. Afstemming van de bijstand dan wel de uitkering wegens schending van de inlichtingenplicht wordt niet opgelegd na verloop van vijf jaren nadat de betreffende gedraging heeft plaatsgevonden. 2. Het college kan afzien van het afstemmen van de bijstand dan wel de uitkering indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht. 3. Indien het college afziet van het afstemmen van de bijstand dan wel de uitkering op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan middels een besluit op de hoogte gesteld.

Rechtspraak bij dit artikel