Naar hoofdinhoud

Paragraaf 1

Artikel 5

Horen van belanghebbende

Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB, IOAW en IOAZ 2012

1. Voordat de bijstand dan wel de uitkering wordt afgestemd, wordt de belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. 2. Het horen van belanghebbende kan achterwege worden gelaten indien: a. de vereiste spoed zich daartegen verzet; b. de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan; c. de belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van het college of van een derde aan wie het college met toepassing van artikel 7 van de WWB dan wel artikel 34 lid 3 van de IOAW en IOAZ werkzaamheden in het kader van deze wetten heeft uitbesteed, om binnen een gestelde termijn inlichtingen te verstrekken als bedoeld in artikel 17 van de WWB, dan wel 13 van de IOAW en IOAZ. d. het college het horen niet nodig acht voor het vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid waarbij artikel 4:12 lid 1 Awb als voorwaarde geldt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel