Bij het niet of onvoldoende nakomen van de verplichtingen op
grond van artikel 45 van de WIJ, wordt de WIJ-norm als volgt
verlaagd:
bij een werkleeraanbod gericht op de basis- en
middenlaag van de
participatiepiramide en gericht op:
1e. het aanbieden van algemeen geaccepteerde
arbeid --regulier dan wel
gesubsidieerd betaalde arbeid-- met 100% voor 1
maand,
het aanbieden van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling
(het uiteindelijk kunnen verkrijgen van algemeen geaccepteerde
arbeid, regulier of gesubsidieerd) waaronder begrepen de met dit
doel aangeboden scholing, opleiding en onder-steuning, met 50
tot 75% voor 1 maand;
het aanbieden van onbeloonde arbeid gericht op
arbeidsinschakeling (het uiteindelijk kunnen verkrijgen van
algemeen geaccepteerde arbeid, regulier of gesubsidieerd):
- met 25 tot 50% voor 1 maand bij hoog uitzicht op het
verkrijgen van die arbeid;
- met 5 tot 25% voor 1 maand bij laag uitzicht op het
verkrijgen van die arbeid;
- tot 10% voor 1 maand bij weinig uitzicht op het
verkrijgen van die arbeid.
bij een werkleeraanbod gericht op de toplaag van
de participatiepiramide met 5 tot 10%
voor 1 maand.
Als uit houding en gedrag van de jongere ondubbelzinnig blijkt
dat deze de verplichtingen uit het eerste lid niet wil nakomen
geldt het maximum van de aangegeven verlaging.
Hoofdstuk 3
Artikel 20.
Maatregel bij het schenden van de medewerkingverplichting gericht op het recht op een werkleeraanbod en op de inschakeling in de arbeid
Onderdeel van Verzamelverordening Wet investeren in jongeren