Nadat het personeelsplan is vastgesteld wordt de medewerker zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte gesteld van het besluit tot plaatsing. De functiebeschrijving en –waardering worden als bijlagen aan het plaatsingsbesluit gehecht. In het plaatsingsbesluit wordt zo nodig aangegeven op welke termijn de plaatsing zal plaatsvinden, onder welke voorwaarden en welk ontwikkelingstraject de medewerker nog dient te volgen. In de motivering van het besluit wordt ingegaan op eventuele bedenkingen die de medewerker heeft ingediend conform artikel 23:3:1:4, lid 2 van deze leidraad.
De medewerker voor wie in de plaatsingsprocedure geen passende of geschikte functie is gevonden wordt daarvan zo spoedig mogelijk in kennis gesteld door middel van een besluit tot boventalligverklaring, zoals bedoeld in paragraaf 5 van hoofdstuk 10d (nieuw). In de motivering van het besluit wordt ingegaan op eventuele bedenkingen die door hem zijn ingediend.
Voor medewerkers met een vaste aanstelling die per datum van het besluit tot boventalligverklaring twee jaar of langer in dienst zijn is de duur van het Van werk naar werk-traject conform artikel 10d:12 (nieuw) maximaal 2 jaar.
De medewerker kan bezwaar en beroep aantekenen tegen de besluiten zoals bedoeld in het eerste en tweede lid. Hierbij is de regeling ‘Regeling bezwaren personele zaken Amersfoort 2007’ (hoofdstuk 24b van de ARGA) van toepassing.