De verantwoordelijk leidinggevende doet op advies van de functiedeskundige een voorstel tot waardering van de functie.
Indien sprake is van een functie waarop een medewerker is aangesteld wordt die medewerker in de gelegenheid gesteld zijn mening ten aanzien van de waardering kenbaar te maken ten overstaan van de verantwoordelijk leidinggevende.
De arbeidsjurist toetst het voorstel aan de hand van het functiewaarderingsysteem en brengt advies uit aan de directeur.
De directeur stelt de functiewaardering vast met inachtneming van het advies van de arbeidsjurist.
Indien de directeur de functiewaardering niet conform het advies van de arbeidsjurist wil vaststellen, stelt de algemeen directeur de functiewaardering vast.