In deze regeling wordt verstaan onder:

  • - bevoegdgezag: het bestuursorgaan van de gemeente dat bevoegd is tot afdoening van een klacht met betrekking tot ongewenst gedrag;
  • - commissie: de Landelijke Klachtencommissie Ongewenst Gedrag voor de decentrale overheid;
  • - gemeente: de gemeente of gemeentelijke instelling die zich heeft aangesloten bij de commissie en deze regeling van toepassing heeft verklaard op de behandeling van klachten op het gebied van ongewenst gedrag;
  • - ongewenst gedrag: gedrag dat valt binnen de begrippen discriminatie, (seksuele) intimidatie zoals verwoord in artikel 1, 1 a en 2 van de Algemene wet gelijke behandeling en agressie geweld en pesten zoals bedoeld in de Arbowet artikel 3 lid 2 jo. artikel 1 lid 3 sub e en f;
  • - klacht: een door de klager ondertekend en van naam- en adresgegevens voorzien geschrift waarin het jegens hem ongewenste gedrag waarop de klacht betrekking heeft is omschreven, behoudens een klacht op grond van artikel 32:1:1:13 van deze regeling;
  • - klager: een persoon, niet zijnde een politieke ambtsdrager van de gemeente, die werkzaam is of werkzaam is geweest in de organisatie van de gemeente en een klacht over ongewenst gedrag indient;
  • - aangeklaagde: een persoon, niet zijnde een politieke ambtsdrager van de gemeente, die werkzaam is of werkzaam is geweest in de organisatie van de gemeente en over wiens gedrag geklaagd wordt;
  • - informant: degene die namens het bevoegd gezag informatie verstrekt aan de commissie;
  • - getuigen:andere dan onder h. genoemde personen die door de commissie worden verzocht informatie te verstrekken;
  • - vertrouwenspersoon: de persoon als bedoeld in artikel 32:1:1:3 van deze regeling.