De bevoegdheid tot het beslissen op een verzoek tot deelname aan deze regeling ligt bij de afdelingsmanager.
Het verzoek om deelname wordt ingewilligd nadat is vastgesteld dat:
- - De gewenste ingangsdatum voldoet aan de kaders van de procedure voor het indienen van een aanvraag en de bepalingen onder artikel 38:1:1:2 lid 2.
- - De omvang van de aanstelling in de voorgaande 24 maanden niet op eigen verzoek is verhoogd.
- - Er geen sprake is van samenloop met een vorm van verlof of van ontslag met een uitkeringsregeling waarbij het risico op een fiscale eindheffing vanwege een regeling voor vervroegde uittreding aanwezig is.
- - De ambtenaar geen andere maatwerkafspraken met de werkgever heeft gemaakt.
- - De ambtenaar een aanstelling heeft voor onbepaalde tijd bij de werkgever.
- - De ambtenaar op de gewenste ingangsdatum de leeftijd heeft die overeenkomt met de gestelde criteria voor deelname aan de regeling.
- - De ambtenaar na inwilliging van de aanvraag een verminderde arbeidsduur heeft van tenminste 21,6 uren per week. De ambtenaar de AOW gerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt.
Het college wijst een verzoek als bedoeld artikel 38:1:1:2, eerste lid, toe, tenzij zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich daartegen verzetten.