1. Indien op een kruising van wegen de achtergevels van de
bebouwing, gelegen aan de ene weg, doorgebouwd zijn tot aan de
voorgevelrooilijn van de andere weg en bovendien in die achtergevels
ramen aanwezig zijn, dan bedraagt - onverminderd het bepaalde in -
de maximale hoogte van de zijgevel van het eerste bouwwerk aan
laatstgenoemde weg nabij de hoek ten hoogste 1,5 maal de afstand van
deze zijgevel tot de achtergevelrooilijn die bij de eerstgenoemde
weg behoort. Deze afstand moet op dezelfde wijze worden bepaald als
beschreven is in , tweede lid, voor de bepaling van de afstand
tussen twee achtergevelrooilijnen.
2. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het bepaalde in
het eerste lid, mits de zijgevel niet hoger is dan de
voorgevel.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 5
Artikel 2.5.22
Toegelaten hoogte van zijgevels tegenover een achtergevelrooilijn
Onderdeel van Bouwverordening gemeente Medemblik