1.De aanvrager kan in aanmerking komen voor hulp bij het huishouden indien aantoonbare beperkingen of problemen als gevolg van ziekte, gebrek of zwaarwegende psychosociale omstandigheden deze voorziening noodzakelijk maken voor het voeren van een huishouding.
2.Bij de bepaling van de omvang van hulp bij het huishouden is het protocol gebruikelijke zorg van toepassing.