De door het college te verstrekken vervoersvoorziening kan bestaan uit:
| a. | een collectief systeem van aanvullend al dan niet openbaar vervoer; |
| b. | een voorziening in natura in de vorm van: |
| 1° | Een scootmobiel; |
| 2° | Een ander vervoermiddel; |
| 3° | Een aanpassing aan een onder 1° en 2° genoemde voorziening; |
| c. | een financiële tegemoetkoming voor de kosten van: |
| 1° | Aanpassing van een eigen vervoermiddel; |
| 2° | Aanschaf van een ander vervoermiddel; |
| 3° | Reparatie en onderhoud van een ander vervoermiddel; |
| 4° | Gebruik van een taxi of eigen auto; |
| 5° | Gebruik van een rolstoeltaxi; |
| d. | een pgb waarvan de hoogte door het college in het Besluit is vastgesteld voor het aanschaffen van een scootmobiel of een ander vervoermiddel; |
| e. | een combinatie van de onder a, b en c genoemde voorzieningen |
| f. | een combinatie van de onder a, c en d genoemde voorzieningen. |
| 2. | Bij het vaststellen van het pgb en het verstrekken van een voorziening in natura, wordt rekening gehouden met de meerkosten als vastgesteld door het college in het Besluit. |
| 3. | De hoogte van de onder c genoemde financiële tegemoetkoming wordt vastgelegd in het Besluit. |