De subsidieontvanger heeft de toestemming van burgemeester en wethouders nodig voor:
het verlaten van een gemeentelijk pand, indien dit pand voor de activiteiten wordt gebruikt;
het oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon;
het aangaan van overeenkomsten waarbij de subsidieontvanger zich verbindt tot zekerheidsstelling voor schulden van derden of waarbij hij zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt;
het aangaan van overeenkomsten gericht op het verstrekken van geldleningen;
het cederen of het in zekerheid overdragen van geldvorderingen;
het ter beschikking stellen van bedragen hoger dan 500 Euro om niet aan derden.
Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat de subsidieontvanger de toestemming van burgemeester en wethouders nodig heeft voor het vaststellen of wijzigen van tarieven voor door de subsidieontvanger in de gewone uitoefening van zijn gesubsidieerde activiteiten te verrichten prestaties.
Op de beslissing van burgemeester en wethouders is art. 4:71, tweede, derde en vierde lid Awb van toepassing.
Hoofdstuk 3.
Artikel 23
Toestemming
Onderdeel van Algemene subsidieverordening gemeente Culemborg 2002