Het is verboden om zonder vergunning een openbare plaats
anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie
daarvan.
Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
geweigerd:
indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de openbare
plaats, gevaar of hinder oplevert voor de gebruikers van die
plaats of een belemmering vormt voor het doeldoelmatig
beheer en onderhoud van die plaats;
indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
welstand;
in het belang van de voorkoming of beperking van overlast
voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende
zaak.
De vergunning als bedoeld in lid 1 wordt verleend:
als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de
activiteiten vallen onder art. 2.2, lid 1, onder j of onder
k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
door het college van burgemeester en wethouders in de
overige gevallen
Hoofdstuk 2 › Afdeling 5
Artikel 2:10
A Voorwerpen op openbare plaatsen in strijd met de publieke functie van die plaatsen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Culemborg 2011-1