Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester de
vergunning tijdelijk of voor onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk
intrekken of wijzigen:
indien aannemelijk is, dat de houder van de inrichting
betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden
verweten bij activiteiten in of vanuit de inrichting, die
een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een
bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de
omgeving van de inrichting;
indien de houder strafbare feiten pleegt in de inrichting,
dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn inrichting strafbare
feiten worden gepleegd;
indien zich in of vanuit de inrichting anderszins feiten
hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend
blijven van de inrichting gevaar oplevert voor de openbare
orde en/of een bedreiging vormt voor het woon- of
leefklimaat in de omgeving van de inrichting;
indien de exploitatie van de inrichting voor een periode van
langer dan zes maanden is of wordt onderbroken, alsmede
indien er sprake is van een gewijzigde exploitatie, waarvoor
geen nieuwe vergunning is aangevraagd.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 8
Artikel 2:34A
Intrekkingsgronden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Culemborg 2011-1