De burgemeester kan een inrichting - al dan niet voor een
bepaalde duur - gesloten verklaren:
indien die inrichting wordt geëxploiteerd zonder
geldige vergunning;
indien die inrichting wordt geëxploiteerd in strijd
met de aan de vergunning verbonden
voorschriften;
indien de burgemeester oordeelt, dat één van de in
artikel 2:34A en/of 1:6, genoemde situaties waarin
intrekking van de vergunning mogelijk is, zich
voordoet.
De sluiting wordt geacht in het openbaar bekend te zijn
gemaakt zodra een besluit tot sluiting op, in of nabij de
toegang of toegangen van de inrichting is aangebracht.
Een sluiting voor onbepaalde duur kan op aanvraag van een
belanghebbende door de burgemeester worden opgeheven, indien
later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe
aanleiding geven en er naar zijn oordeel voldoende garanties
aanwezig zijn dat er geen herhaling van de gronden die tot
de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
Het is de houder van de inrichting verboden na het van
kracht worden van de sluiting als bedoeld in het eerste lid,
bezoekers tot de inrichting toe te laten of daarin te laten
verblijven.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 8
Artikel 2:34B
Sluiting van inrichtingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Culemborg 2011-1