Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 8

Artikel 2:34B

Sluiting van inrichtingen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Culemborg 2011-1

De burgemeester kan een inrichting - al dan niet voor een bepaalde duur - gesloten verklaren: indien die inrichting wordt geëxploiteerd zonder geldige vergunning; indien die inrichting wordt geëxploiteerd in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften; indien de burgemeester oordeelt, dat één van de in artikel 2:34A en/of 1:6, genoemde situaties waarin intrekking van de vergunning mogelijk is, zich voordoet. De sluiting wordt geacht in het openbaar bekend te zijn gemaakt zodra een besluit tot sluiting op, in of nabij de toegang of toegangen van de inrichting is aangebracht. Een sluiting voor onbepaalde duur kan op aanvraag van een belanghebbende door de burgemeester worden opgeheven, indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en er naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn dat er geen herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. Het is de houder van de inrichting verboden na het van kracht worden van de sluiting als bedoeld in het eerste lid, bezoekers tot de inrichting toe te laten of daarin te laten verblijven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel