Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57 dient de
rechthebbende op een hond ten allen tijde toezicht op zijn
of haar hond te houden en, al dan niet door deze aan te
lijnen, te voorkomen dat de hond gevaar, hinder of overlast
kan veroorzaken.
Indien het college van mening is dat een bepaalde hond op of
aan de weg gevaar, hinder of overlast veroorzaakt of dreigt
te veroorzaken, dan kan zij nadere voorschriften verbinden
aan het verblijf van deze hond op of aan de weg. Deze nadere
voorschriften kunnen betrekking hebben op:
het kort aanlijnen van de hond met een lijnlengte
van maximaal 1.50 m. gemeten van hand tot halsband.
een muilkorfplicht waarbij de muilkorf niet zonder
toedoen van de mens verwijderd kan worden en de
muilkorf deugdelijk voorkomt dat de hond door bijten
schade kan aanrichten aan mens of dier.
een identificatieplicht waarbij de hond in kwestie
wordt voorzien van een niet verwijderbaar optisch
leesbaar identificatiekenmerk.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 11
Artikel 2:59
Gevaarlijke honden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Culemborg 2011-1