Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 11

Artikel 2:59

Gevaarlijke honden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Culemborg 2011-1

Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57 dient de rechthebbende op een hond ten allen tijde toezicht op zijn of haar hond te houden en, al dan niet door deze aan te lijnen, te voorkomen dat de hond gevaar, hinder of overlast kan veroorzaken. Indien het college van mening is dat een bepaalde hond op of aan de weg gevaar, hinder of overlast veroorzaakt of dreigt te veroorzaken, dan kan zij nadere voorschriften verbinden aan het verblijf van deze hond op of aan de weg. Deze nadere voorschriften kunnen betrekking hebben op: het kort aanlijnen van de hond met een lijnlengte van maximaal 1.50 m. gemeten van hand tot halsband. een muilkorfplicht waarbij de muilkorf niet zonder toedoen van de mens verwijderd kan worden en de muilkorf deugdelijk voorkomt dat de hond door bijten schade kan aanrichten aan mens of dier. een identificatieplicht waarbij de hond in kwestie wordt voorzien van een niet verwijderbaar optisch leesbaar identificatiekenmerk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel