Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 11

Artikel 2:60

Houden van hinderlijke of schadelijke dieren

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Culemborg 2011-1

Het is verboden in of nabij woningen dieren te houden, op een dusdanige wijze dat dit voor de omgeving en/of omwonenden hinderlijk of schadelijk is. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt slechts, nadat de betrokkene door het college is aangeschreven, dat dit verbod ten aanzien van de in die aanschrijving te noemen diersoorten van toepassing is. Degene tot wie de aanschrijving is gericht of diens rechtsopvolger is verplicht de aanschrijving op te volgen. Het college is bevoegd gedeelten van de gemeente of bepaalde plaatsen aan te wijzen waar het ter voorkoming of opheffing van overlast of van schade aan de openbare gezondheid verboden is daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel deze aanwezig te hebben in door het college te benoemen aantallen en/of omstandigheden die aanleiding geven tot overlast of schade aan de volksgezondheid. Het is verboden op een krachtens het derde lid aangewezen plaats een daarbij aan­geduid dier of daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel aanwe­zig te hebben anders dan met inachtneming van de door het college gestelde regels, dan wel aanwezig te hebben tot een groter aantal dan door hen is aangegeven. Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het derde lid aangewezen gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen van het in het vierde lid gestelde verbod. Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover de Wet milieubeheer van toepassing is.

Rechtspraak bij dit artikel