Het college kan plaatsen aanwijzen, waar het verboden is
bepaalde voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of
aanwezig te hebben.
Een aanwijzingsbesluit als bedoeld in lid 1 strekt ertoe het
uiterlijk aanzien van de gemeente te beschermen en/of
overlast of gevaar voor de volksgezondheid te voorkomen of
op te heffen.
Een aanwijzingsbesluit als bedoeld in lid 1 kan alleen
betrekking hebben op plaatsen gelegen buiten een inrichting
in de zin van de wet Milieubeheer, buiten de weg als bedoeld
in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 en in de
openlucht.
Een aanwijzingsbesluit als bedoeld in lid 1 kan voorts
alleen betrekking hebben op de volgende voorwerpen en/of
stoffen:
onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
daarvan;
bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
daarvan;
kampeermiddelen als bedoeld in artikel 1:1, onder L,
boten, of onderdelen daarvan, indien het plaatsen of
aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of
verhuur of anderszins voor een commercieel
doel;
mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen
van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of
pulp of ingekuilde landbouwproducten,
afbraakmaterialen en oude metalen;
inzamelmiddelen zoals bedoeld in de
afvalstoffenverordening regio Rivierenland.
Het college kan bij haar aanwijzingsbesluit nadere regels
stellen, met inachtneming waarvan het verbod als bedoeld in
art. 1 niet geldt.
Het in dit artikel bepaalde geldt niet voorzover in het
daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
ruimtelijke ordening, de afvalstoffenverordening Regio
Rivierenland of de Provinciale Verordening.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 4
Artikel 4:13
Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Culemborg 2011-1