Het bevoegd gezag kan gebruik maken van de mogelijkheid als
bedoeld in art. 6:16 Algemene wet bestuursrecht door bij
voorschrift te bepalen dat van de vergunning geen gebruik
gemaakt kan worden totdat:
de bezwaar- of beroepstermijn voor derden is
verstreken zonder dat bezwaar of beroep is
ingediend;
beslist is op een verzoek om een voorlopige
voorziening;
beslist is op het beroep van derden en geen verzoek
tot voorlopige voorziening is gedaan.
De voorschriften als bedoeld in lid 1 gelden in ieder geval
voor vergunningen die op grond van artikel 3.9 derde lid van
de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van rechtswege
zijn verleend en die betrekking hebben op bomen op of aan de
weg.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 3
Artikel 4:11E
Bruikbaarheid vergunning
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Culemborg 2011-1