Naar hoofdinhoud
1. 1. Na de opening van de vergadering van de voorbereidende raad kunnen burgers inspreken dan wel het woord voeren over al dan niet geagendeerde onderwerpen. De (in)spreektijd bedraagt maximaal 5 minuten. De voorzitter kan, afhankelijk van het aantal (in)sprekers, hierop wijziging aanbrengen. De leden van de voorbereidende raad kunnen reageren op het (in)spreken van burgers. 3. Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. 4. De voorzitter bepaalt de volgorde voor het inspreken.

Rechtspraak bij dit artikel