**1.** De raad schorst de leden van de ombudscommissie indien:
zij zich in voorlopige hechtenis bevinden;
zij bij een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf zijn veroordeeld, dan wel hun bij zo'n uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;
zij onder curatele zijn gesteld, in staat van faillissement zijn verklaard, surseance van betaling hebben verkregen of wegens schulden zijn gegijzeld ingevolge een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak.
**2.** De raad kan de leden van de ombudscommissie schorsen indien tegen hen een gerechtelijk vooronderzoek wegens misdrijf wordt ingesteld of indien er een ander ernstig vermoeden is van het bestaan van feiten of omstandigheden die tot ontslag kunnen leiden.
**3.** De raad kan bij de beslissing waarbij een lid van de ombudscommissie geschorst wordt, bepalen dat tijdens de duur van de schorsing geen vergoeding of slechts een gedeelte daarvan zal worden genoten. De raad beëindigt de schorsing zodra de grond hiervoor is vervallen.
Hoofdstuk 1
Artikel 9
Schorsing
Onderdeel van Verordening externe klachtbehandeling (ombudscommissie)