Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 3.

Premie deeltijdarbeid

Onderdeel van Premieverordening Wet werk en bijstand 2004

De uitkeringsgerechtigde die arbeid in dienstbetrekking verricht waarmee niet volledig in de kosten van het bestaan kan worden voorzien en die niet in aanmerking komt voor een vrijlating van inkomsten als bedoeld in artikel 31, tweede lid sub o. van de wet en onmiddellijk voorafgaand aan zijn indiensttreding ten minste zes maanden ononderbroken een uitkering voor levensonderhoud heeft ontvangen op grond van de wet, de Abw, de Ioaw en de Ioaz, ontvangt jaarlijks een eenmalige premie ter hoogte van 25% van de in het betreffende kalenderjaar met die arbeid verkregen inkomsten. De premie bedraagt maximaal € 750,00.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel