De uitkeringsgerechtigde die arbeid in dienstbetrekking verricht
waarmee niet volledig in de kosten van het bestaan kan worden
voorzien en die niet in aanmerking komt voor een vrijlating van
inkomsten als bedoeld in artikel 31, tweede lid sub o. van de
wet en onmiddellijk voorafgaand aan zijn indiensttreding ten
minste zes maanden ononderbroken een uitkering voor
levensonderhoud heeft ontvangen op grond van de wet, de Abw, de
Ioaw en de Ioaz, ontvangt jaarlijks een eenmalige premie ter
hoogte van 25% van de in het betreffende kalenderjaar met die
arbeid verkregen inkomsten.
De premie bedraagt maximaal € 750,00.
Hoofdstuk 2.
Artikel 3.
Premie deeltijdarbeid
Onderdeel van Premieverordening Wet werk en bijstand 2004