• - De subsidieontvanger van een budget- of exploitatiesubsidie behoeft de toestemming van het college voor:
    • - het oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon;
    • - het wijzigen van de statuten;
    • - het in eigendom verwerven, het vervreemden of het bezwaren van registergoederen, indien zij mede zijn verworven door middel van de subsidiegelden, dan wel de lasten daarvoor mede worden bekostigd uit de subsidiegelden;
    • - het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen of tot huur, verhuur of pacht daarvan, indien deze goederen geheel of gedeeltelijk zijn verworven door middel van de subsidie dan wel de lasten daarvoor mede zijn bekostigd uit de subsidie.
    • - het aangaan van overeenkomsten waarbij de subsidieontvanger zich verbindt tot zekerheidsstelling met inbegrip van zekerheidsstelling voor schulden van derden of waarbij zij zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt;
    • - het ontbinden van de rechtspersoon;
    • - het doen van aangifte tot faillissement of het aanvragen van haar surséance van betaling.
  • - Het college beslist binnen acht weken omtrent de toestemming.
  • - De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste acht weken worden verdaagd.
  • - Indien omtrent de toestemming niet tijdig is beslist, wordt de toestemming geacht te zijn verleend.