Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 25.

Arbeids- en/of re-integratieverplichting (doelmatigheid).

Onderdeel van Verzamelverordening WWB

1.. Bij het weigeren van algemeen geaccepteerde arbeid, daaronder begrepen ondersteuning of voorzieningen die garantie bieden op die arbeid, wordt de WWB-, IOAW-, IOAZ- of WWIK-uitkering verlaagd met 100% voor de duur van 1 maand. 2.. Bij het niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid wordt de WWB-, IOAW-, IOAZ- of WWIK-uitkering verlaagd met 50% voor 2 maanden. 3.. Bij het anderszins niet, niet tijdig of in onvoldoende mate meewerken aan de arbeids- en/of re-integratie-verplichting, waaronder begrepen het meewerken aan onderzoek naar zijn mogelijkheden tot inzetbaarheid in werk of scholing, wordt de WWB-, IOAW-, IOAZ- of WWIK-uitkering als volgt verlaagd: voor op de basislaag van de participatiepiramide gerichte verplichtingen en (flankerende) voor-zieningen gericht op het verkrijgen en aanvaarden van: regulier betaald werk, zelfstandig ondernemer-schap of tijdelijk gesubsidieerd werk met 50 tot 75% voor 1maand; onbeloonde arbeid gericht op het verkrijgen van regulier betaald werk: met 25 tot 50% voor 1 maand bij hoog uitzicht op regulier betaald werk; met 5 tot 25% voor 1 maand bij laag uitzicht op regulier betaald werk; tot 10% voor 1 maand bij weinig uitzicht op regulier betaald werk. voor op de middenlaag van de participatiepiramide gerichte verplichtingen en (flankerende) voorzieningen met 50 tot 75% voor één maand. voor op de toplaag van de participatiepiramide gerichte verplichtingen en (flankerende) voorzieningen met 5 tot 10% voor 1 maand, maar niet als sprake is van een ontheffing van zowel de arbeids- als re-integratieverplichting. 4.. Bij een niet constructieve opstelling of het weer-spannig, structureel dan wel stelselmatig dwarsbomen/ frustreren van de arbeids- en/of re-integratie-verplichting geldt het maximum van de aangegeven verlaging.

Rechtspraak bij dit artikel