Onvoldoende beheersing van de Nederlandse taal of onvoldoende kennis van de samenleving zijn een belemmering om optimaal te kunnen participeren in de samenleving (bij voorkeur door regulier betaald werk). Voorzieningen gericht op integratie bevorderen de participatie en verkleinen de afstand tot de samenleving. De Wet Inburgering voorziet hierin. Voor WWB-ers die hun verplichting tot inburgering niet nakomen, is het sanctie-beleid afgestemd op de uitvoering van de Wet Inburgering. Voor hen is het sanctiebeleid in overeenstemming gebracht met de boetebepaling van artikel 9 van de Verordening Wet inburgering gemeente Tilburg. Dat artikel bevat de onderstaande toelichting.
Artikel 35 van de Wet Inburgering (WI) draagt gemeenten op bij verordening de hoogte van de bestuurlijke boete vast te stellen. In artikel 34 van de WI zijn de maximum-bedragen van de bestuurlijke boetes vastgelegd. In de Verordening Wet inburgering gemeente Tilburg zijn de boetebedragen weergeven als percentages van de bijstandsnorm. De gemeente Tilburg kiest er voor om de hoogte van de boete zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij de maximale bedragen in artikel 34 van de WI. De kans dat een inburgeringsplichtige zijn plicht ‘afkoopt’ middels het betalen van bestuurlijke boetes wordt op deze wijze zo veel mogelijk ingeperkt.
De boetes die in de Verordening Wet inburgering zijn opgenomen, zijn geen gefixeerde bedragen. Het college zal bij elke overtreding de bestuurlijke boete moeten afstemmen op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Bovendien moet het college daarbij ook zonodig rekening houden met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd (artikel 38, tweede lid, WI). Deze bepaling brengt met zich mee dat het college bij elke op te leggen bestuurlijke boete zal moeten nagaan of gelet op de individuele omstandigheden van de inburgeringsplichtige afwijking van de hoogte van de voorgeschreven boete geboden is. De afwijking kan een verhoging of een verlaging betekenen, waarbij de verhoging het maximum-bedrag van artikel 34 WI niet te boven mag gaan.