Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 9.

Afweging belangen.

Onderdeel van Verzamelverordening WWB

Naast de WWB-vereisten als zorgplicht alleenstaande ouder, beschikbaarheid passende kinderopvang, voldoende scholing en belastbaarheid, houdt het college bij het ondersteunen bij arbeidsinschakeling en het aanbieden van daarop gerichte voorzieningen tevens rekening met: de intrinsieke motivatie van een belanghebbende; de aanwezigheid van een voorliggende voorziening; de situatie op de arbeidsmarkt; de eerder aangeboden voorzieningen (mate van investering) en het (perspectief op) inkomen uit arbeid van de belanghebbende. Deze aanpak onderstreept het belang van het afstemmen van een voorziening op de talenten, capaciteiten en ambities van een belanghebbende. Dit voor zover dat de kortste weg naar duurzame uitstroom in redelijkheid niet belemmert. Het op dit punt te leveren maatwerk is gewaar-borgd met het recht op een second opinion. Maatwerk biedt tevens ruimte voor het voortzetten van het beleid voor startende (allochtone en oudere) ondernemers en kleine deeltijd zelfstandigen (in combinatie met een reguliere deeltijdbaan). Verder is er ruimte voor het stimuleren van (duurzame) uitstroom via studies met recht op een basisbeurs voor levensonderhoud. Studie verbetert de kansen op betaald werk. Voor de duur van de studie is de bijstand te beëindigen in verband met het recht op studiefinanciering (rendementsdenken). Voor het overige gaat het bij het aanbieden van een voorziening niet alleen om het besparen van uitkeringen, maar ook om mensen met een grote afstand tot betaald werk te stimuleren tot het verrichten van maatschappelijk zinvolle activiteiten. De re-integratie van een kunstenaar met een WWIK-uitkering of zijn echtgenoot heeft een vrijwillig karakter. Bij hun re-integratie gaat het niet om het verkrijgen en aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid, maar om realiseerbaar deeltijdwerk dat te combineren is met de kunstuitoefening. Het gaat dus om het verwerven van inkomen uit werkzaamheden die niet zijn gerelateerd aan scheppende, uitvoerende of toegepaste kunst. Om te voorkomen dat een kunstenaar met een WWIK-uitkering na de maximale uitkeringsduur WWIK op bijstand aangewezen raakt, kan de gemeente ook uit eigen initiatief een voorziening aanbieden gericht op inschakeling in de arbeid. Hoe dichter tegen het einde van de maximale uitkerings-duur WWIK en zonder meer vanaf de dag van melding tot het aanvragen van bijstand is de kunstenaar op grond van de WWB (artikel 9) verplicht het aanbod te aanvaarden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel