Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3.

Plaatsvervanging

Onderdeel van Mandaatregeling gemeente IJsselstein 2011

1.. Bij afwezigheid van de algemeen directeur, de directeur bedrijfsvoering of de afdelingsmanager wordt de gemandateerde bevoegdheid uitgeoefend door zijn plaatsvervanger. 2.. de plaatsvervanger(s) van de directeur bedrijfsvoering en van de afdelingsmanager mag(mogen) van de (onder)gemandateerde bevoegdheid uitsluitend gebruik maken als: de directeur bedrijfsvoering of de afdelingsmanager tijdelijk, kortdurend afwezig is, bijvoorbeeld wegens verlof, ziekte, extern overleg en dergelijke; en sprake is van spoedeisendheid in die zin, dat met de uitoefening van de bevoegdheid niet kan worden gewacht tot de terugkeer van de directeur bedrijfsvoering of afdelingsmanager. 3.. Indien zowel de gemandateerde als zijn plaatsvervanger(s) afwezig zijn, wordt de gemandateerde bevoegdheid uitgeoefend door de direct leidinggevende van de gemandateerde.

Rechtspraak bij dit artikel