Naar hoofdinhoud

Afdeling II

Artikel 8

De dienstenparkeervergunning

Onderdeel van Parkeerverordening 2011

1.. Het college kan op aanvraag, onverminderd het bepaalde in artikel 10, een dienstenparkeervergunning verlenen aan: de eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep of bedrijf uitoefent, waarbij dit voertuig wordt gehanteerd bij het verrichten van bouw-, herstel-, onderhouds- of daarmee gelijk te stellen werkzaamheden of voor het onderhouden van klantcontacten en voor zover dit voertuig voor het uitvoeren van die werkzaamheden in de onmiddellijke omgeving van de betreffende locatie op belanghebbendenparkeerplaatsen moet worden geparkeerd. 2.. Het college stelt, bij openbaar te maken besluit, voor bedrijven die buiten de binnenstad zijn gevestigd het maximum aantal dienstenvergunningen vast dat kan worden verleend. 3.. De dienstenparkeervergunning is geldig in de gehele binnenstad. 4.. Het college kan extra voorwaarden stellen ten aanzien van de locatie waar met een dienstenvergunning geparkeerd mag worden. 5.. De dienstenparkeervergunning wordt verleend voor een periode van één of meerdere weken met een maximum van één jaar. Voor evenementen en festivals wordt de vergunning verleend voor de periode van maximaal één week. 6.. De dienstenparkeervergunning wordt op naam van het bedrijf of organisatie gesteld. 7.. De dienstenparkeervergunning wordt niet automatisch verlengd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel