Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 3

Artikel 2.3.7

Sluiting van horecabedrijven

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Schiedam 2010

1.De burgemeester kan een horecabedrijf –al dan niet voor een bepaalde duur- gesloten verklaren: indien dat horecabedrijf wordt geëxploiteerd zonder geldige vergunning; indien dat horecabedrijf wordt geëxploiteerd in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften, dan wel in strijd met de voorschriften genoemd in artikel 2.3.2b en 2.3.8; c.indien de burgemeester oordeelt, dat een van de in artikel 2.3.6, vierde lid, genoemde situaties waarin intrekking van de vergunning mogelijk is, zich voordoet. 2.De sluiting wordt geacht in het openbaar bekend te zijn gemaakt zodra een besluit tot sluiting op, in of nabij de toegang of toegangen van het horecabedrijf is aangebracht. 3.Een sluiting voor onbepaalde duur kan op aanvraag van belanghebbende(n) door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. 4.Het is de exploitant en/of de houder(s) van het horecabedrijf verboden na het van kracht worden van de sluiting als bedoeld in het eerste lid, bezoekers tot het horecabedrijf toe te laten of daarin te laten verblijven. 5.Het is een ieder verboden in een bij besluit van de burgemeester gesloten horecabedrijf als bezoeker te verblijven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel