Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 3

Artikel 2.3.8

Terrassen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Schiedam 2010

1.Bij vergunningaanvragen voor een of meer bij het horecabedrijf behorende terrassen (behoudens terrassen kleiner dan 2 tafels en 4 stoelen, als genoemd in 2.3.3), beslist de burgemeester – gelet op de openbare orde en veiligheid ter plaatse – tevens over de ingebruikneming van de openbare weg. 2.Onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.6, tweede lid, kan de burgemeester de in het eerste lid bedoelde ingebruikneming van de openbare weg weigeren: a.als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; b.als dat gebruik een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; c.als dat gebruik afbreuk doet aan andere publieke functies van de openbare ruimte, inclusief de bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan. 3.Het is verboden op of in de omgeving van een terras dranken en/of eetwaren voor gebruik ter plaatse te verstrekken: a.buiten dat deel van de weg waarvan het gebruik ingevolge het bepaalde in het eerste lid is toegestaan; aan degenen die geen gebruik maken van de op dat terras aanwezige zitplaatsen De burgemeester stelt nadere regels vast ten aanzien van de ingebruikname van het terras. De houder van het horecabedrijf is verplicht te zorgen dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van het horecabedrijf, doch in ieder geval terstond op eerste aanzegging van een ambtenaar, belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde in dit artikel, in de nabijheid van het terras op de weg achtergebleven stoffen of voorwerpen, voor zover kennelijk uit of van dat terras afkomstig, worden verwijderd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel