1.Bij vergunningaanvragen voor een of meer bij het horecabedrijf
behorende terrassen
(behoudens terrassen kleiner dan 2 tafels en 4 stoelen, als genoemd
in 2.3.3), beslist de
burgemeester – gelet op de openbare orde en veiligheid ter plaatse –
tevens over de
ingebruikneming van de openbare weg.
2.Onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.6, tweede lid, kan de
burgemeester de in het eerste
lid bedoelde ingebruikneming van de openbare weg weigeren:
a.als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar
oplevert voor de
bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik
daarvan;
b.als dat gebruik een belemmering kan vormen voor het doelmatig
beheer en onderhoud van de
weg;
c.als dat gebruik afbreuk doet aan andere publieke functies van de
openbare ruimte, inclusief de
bescherming van het uiterlijk aanzien daarvan.
3.Het is verboden op of in de omgeving van een terras dranken en/of
eetwaren voor gebruik ter
plaatse te verstrekken:
a.buiten dat deel van de weg waarvan het gebruik ingevolge het
bepaalde in het eerste lid is
toegestaan;
aan degenen die geen gebruik maken van de op dat terras
aanwezige zitplaatsen
De burgemeester stelt nadere regels vast ten aanzien
van de ingebruikname van het terras.
De houder van het horecabedrijf is verplicht te
zorgen dat dagelijks, uiterlijk een uur na
sluiting van het horecabedrijf, doch in ieder geval terstond op
eerste aanzegging van een
ambtenaar, belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde
in dit artikel, in de nabijheid
van het terras op de weg achtergebleven stoffen of voorwerpen, voor
zover kennelijk uit of van
dat terras afkomstig, worden verwijderd.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 3
Artikel 2.3.8
Terrassen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Schiedam 2010