1.In de gevallen, waarin artikel 425 van het Wetboek van Strafrecht
niet van toepassing is, is hij,
die een dier onder zijn hoede heeft, verplicht er voldoende zorg
voor te dragen, dat dit dier geen
gevaar voor of overlast aan personen kan opleveren en geen hinder of
schade kan toebrengen aan
een anders eigendom dan wel de openbare gezondheid.
2.Het college is bevoegd buiten een inrichting in de zin van de Wet
milieubeheer gedeelten van
de gemeente of bepaalde plaatsen aan te wijzen waar het ter
voorkoming of opheffing van
overlast of schade aan de openbare gezondheid verboden is daarbij
aangeduide dieren:
aanwezig te hebben; dan wel
aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door
hen ter voorkoming of
opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid gestelde
regels; dan wel
c.aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die aanwijzing is
aangegeven of mede is
aangegeven.
3.Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen plaats
een daarbij aangeduid dier
of daarbij aangeduide dieren aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te
hebben anders dan met
inachtneming van de door het college gestelde regels, dan wel
aanwezig te hebben tot een groter
aantal dan door het- college is aangegeven.
4.Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
binnen een krachtens het
eerste lid aangewezen gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen
van het in het tweede lid
gestelde verbod.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 4
Artikel 2.4.13
Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Schiedam 2010