1.Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
deze afdeling van toepassing is,
zonder vergunning van het college is geveld dan wel op andere wijze
tenietgegaan, kan het
college aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de
houtopstand bevond dan wel aan
degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen
bevoegd is, de verplichting
opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door zijn te geven
aanwijzingen binnen een door
hen te stellen termijn.
58
2.Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan
kan daarbij worden bepaald
binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet
geslaagde beplanting moet
worden vervangen.
3.Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in
deze afdeling van toepassing is,
ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het college aan de
zakelijk gerechtigde
van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene
die uit anderen hoofde tot
het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen
om overeenkomstig de door
hem te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn
voorzieningen te treffen,
waardoor die bedreiging wordt weggenomen.
4.Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en
met derde lid is opgelegd,
alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen
HOOFDSTUK 4. › Paragraaf 4
Artikel 4.4.7
Herplant-/instandhoudingsplicht
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Schiedam 2010