De ambtenaar die in incidentele gevallen dienst doet, heeft voor iedere volle week dienst doen aanspraak op een geldelijke vergoeding ter grootte van 8% van de berekeningsbasis.
Wordt niet een volle week dienst gedaan, dan bedraagt de vergoeding voor ieder uur van de beschikbaarheid:
voor uren op maandag tot en met zaterdag 10% van de tot een uurloon herleide berekeningsbasis en
voor uren op zondagen 16% van de tot een uurloon herleide berekeningsbasis.
Het bepaalde in artikel 3:3:0:6, lid 2, is op de ambtenaar, bedoeld in de vorige leden, van overeenkomstige toepassing.
Het bepaalde in de vorige leden is van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar die is ingedeeld in een rooster en die buiten de voor hem in het rooster vastgelegde diensten extra diensten verricht ter vervanging van afwezige collega's.