Alvorens bij afwezigheid van een volgens rooster dienst hebbend ambtenaar tot aanwijzing van een vervanger wordt overgegaan, dient door degene die leiding geeft aan het piket waarin de ambtenaar dienst doet te worden nagegaan of in de vervanging kan worden voorzien door ruiling van de dienst. Hierbij dient rekening te worden gehouden met het bepaalde in artikel 3:3:0:4, lid 2.